Home > Tijdschrift > 35 jaar Mijn Geheim > Andrea Luten

35 jaar Mijn Geheim: Andrea Luten

 



2000
Andrea Luten werd vermoord, de dader leek niet te vinden.

Hoe verwerk je dat als ouder? Lammi Luten, de moeder van Andrea, schreef er een boek over.

 

’Wat je ook meemaakt, je kunt altijd weer gelukkig worden’

 

Op 10 mei 1993 werd het enige kind van Lammi en Roelof Luten vermoord. Andrea, hun mooie, zelfstandige en sterke meid van vijftien jaar kwam die dag niet thuis uit school. Daarmee begint de tekst op de achterflap van het boek dat Andrea’s moeder Lammi Luten-Dunnink schreef over haar leven na de dood van Andrea. Het verhaal van een bewonderenswaardige vrouw die er, dwars door haar pijn en verdriet heen, voor vocht om positief in het leven te blijven staan. En daarvoor werd beloond door weer gelukkig te kunnen zijn.


Tekst: Monique Lubbers
Fotografie: Marijke Vos 

 

Het ergste wat een ouder kan overkomen heeft ze meegemaakt. Haar enige dochter Andrea ging ’s morgens naar school om niet meer thuis te komen. Zoiets is genoeg om een mens te breken. Toch klinkt Lammi allesbehalve gebroken. Haar stem is helder en krachtig, ze aarzelt niet om de dingen bij hun naam te noemen en maakt regelmatig grappen. Wie haar boek heeft gelezen, verbaast zich er niet over. Lammi: ”Ik heb er een hele tijd aan moeten wennen dat ik een boek heb geschreven. Ik ben een prater, geen schrijver. Ik kan biertjes tappen (Lammi en Roelof Luten hebben een café in Ruinen, red.), maar schrijven… Ik heb al enorm veel positieve reacties gehad op het boek, heel veel lieve kaarten, briefjes en bloemen. Maar natuurlijk zijn er ook weer de roddels, de kwaadsprekerij. Ik heb al gehoord dat er mensen zijn die vinden dat ik een slaatje probeer te slaan uit de moord op Andrea. Een slaatje slaan uit de ellende van je dochter, je man en jezelf? Het is te gek voor woorden, maar het wordt gezegd. Ook na de dood van Andrea kwamen de roddels natuurlijk los. Meerdere malen is Roelof verdacht gemaakt met betrekking tot haar dood. Tja, het is ook zo’n rare man met z’n lange haren. Ik verbaas me niet over dat soort achterklap en het doet me ook niets. Er zullen altijd mensen blijven die een drama nog net iets dramatischer willen maken.

Het boek betekent heel veel voor me. Het is een manier geweest om alle mensen te bedanken die ons zo enorm hebben gesteund, ook al denken ze misschien dat hun bijdrage niet van belang is geweest. Het is ook een middel geweest om mijn ongenoegen over een aantal mensen en zaken te uiten. Het boek heeft me de kans gegeven om alles wat er is gebeurd, en dat is ongelooflijk veel, eens op een rijtje te zetten, te ordenen. En het is zeker ook een weg om de dader te bereiken. Waarschijnlijk is het een bekende, iemand hier uit de buurt. Als dat zo is, zal hij of zij van het boek horen en wéér worden geconfronteerd met zijn daad. Door de jaren heen is de dader steeds weer opgeschrikt. Hij heeft me gezien op tv, gehoord op de radio en is verscheidene artikelen tegengekomen in kranten en tijdschriften. En ook nu kan hij me niet ontlopen, doordat hij over het boek hoort en het misschien zelfs leest. Je moet je eens voorstellen hoe het is om je leven lang achtervolgd te worden door de moord die je hebt gepleegd. Dat lijkt me heel zwaar. Het kan op een gegeven moment zo zwaar gaan wegen dat je jezelf aangeeft. Het kán. Ik zal de dader niet de kans geven te vergeten wat hij heeft gedaan, maar het is niet meer zo dat ik élke dag bezig ben met hem of haar of hen. Die tijd is gelukkig voorbij.”

 

Je vertrouwen in de politie is groot geweest, blijkt uit het boek. Is dat nu, zeven jaar na de moord op Andrea, nog steeds zo?

”Ja, de politie is in dit land de aangewezen organisatie om een moord op te lossen. Wie moet het anders doen? Ik heb er ook echt alle vertrouwen in dat zij naar beste weten en kunnen hun werk doen. Natuurlijk heb ik zelf ook dagen en nachten zitten puzzelen om te zien of ik een dader kon ’vinden’. Maar dat hield ik niet vol, ik werd er gék van. Dus heb ik het losgelaten. Ik moest mijn verdriet verwerken, dat was míjn werk. De politie moest de moordenaar proberen te vinden, dat was en is hún werk. Ze hebben ons altijd prima op de hoogte gehouden van de vorderingen van het onderzoek, zonder overigens plaatsen en namen te noemen van verdachten. Pas als ze iemand helemaal hadden nagetrokken en hij bleek niets met de moord te maken te hebben, kregen we dat te horen.”

 

Je schrijft ook over je contacten met paragnosten en mediums. Zij laten je weten dat de moord op Andrea zal worden opgelost. Ben je daar ook nu nog van overtuigd?

”In het begin was de uitspraak van paragnosten dat de moord zal worden opgelost de strohalm waaraan ik me wanhopig vastklampte. Ik had het nodig om te horen dat de moordenaar gepakt zou worden, wanneer dan ook. En hopelijk gebeurt dat ook nog wel, liever vandaag dan morgen. Er zijn nog zoveel vragen die ik de dader zou willen stellen. Maar misschien wordt dat op den duur anders. Het zou natuurlijk kunnen dat die paragnosten en mediums iets anders bedoelen als ze zeggen dat de moord wordt opgelost, namelijk dat ik volledig vrede zal krijgen met de dood van Andrea en dat ik de dader kan vergeven. In dat geval is de moord óók opgelost, al is het dan op een heel andere manier.”

 

In je boek vraag je je af of je de dader ooit zult kunnen vergeven. Waarom vind je vergeving zo belangrijk?

”Als ik de moordenaar kan vergeven, is dat het teken dat ik helemaal met mezelf in het reine ben gekomen. Als ik zonder wroeging aan die persoon kan denken, is het afgerond. Zover ben ik nu nog niet. De dood van Andrea, het feit dat zij er niet meer is, heb ik geaccepteerd. Als ik ook kan accepteren dat de dader heeft gedaan wat hij heeft gedaan, ben ik klaar. In het begin kon ik absoluut niet nadenken over vergeving zonder van mezelf te walgen. Hoe kon ik zo iemand ooit vergeven, dat bestónd niet. Ik wilde de dader vermoorden, het liefst op een gruwelijke manier. Maar op een gegeven moment begon ik me af te vragen wie ik daar nu het meest mee had, met die haat. Mezélf natuurlijk. Met vergeving bedoel ik beslist niet dat ik de dader onthef van zijn verantwoordelijkheid, dat ik hem zijn daden kwijtscheld. Zeker niet! Iedereen moet verantwoording afleggen over zijn daden. Iemand vergeven betekent dat je jezélf bevrijdt van woede en haat. Je doet er jezélf een plezier mee.”

 

Op en in het boek staat een foto van Andrea. Het was een bijzonder mooi meisje. Zou de dader misschien iemand geweest kunnen zijn die verliefd op haar was?

”Andrea was niet alleen mooi vanbuiten, maar ook vanbinnen. Een prachtmeid met een prachtkarakter. Dat zijn echt niet alleen de woorden van een trotse moeder, hoor. Iederéén was dol op haar. Ze trok de aandacht, veel jongens waren verliefd op haar en ze waren heel beschermend naar haar toe. Maar niemand durfde haar te versieren. Ze hadden Andrea eigenlijk een beetje op een voetstuk gezet, Andrea versieren dat dééd je niet. Andere meisjes van haar leeftijd hadden vaak al twee of drie vriendjes gehad, maar Andrea niet. Ik vond dat best rot voor haar, want ze was er wel aan toe. Maar ze had zoveel uitstraling en was zo lief dat geen enkele jongen haar op die manier durfde te benaderen, denk ik. Wij vermoeden dat de dader iemand is geweest die verliefd op haar was, misschien iets geprobeerd heeft en woest is geworden toen hij afgewezen werd. Misschien heeft jaloezie een rol gespeeld. Wéten doen we het natuurlijk niet. Het móet haast wel iemand zijn geweest die ze kende. Ze is namelijk niet gevonden langs de weg van school naar huis, maar zo’n 800 meter verderop, in de buurt van een zijweg. Dat betekent dat ze met iemand is meegegaan en dat zou ze echt alleen maar doen als ze die persoon kende. Daar ben ik heel zeker van.”

 

In je boek wijs je mensen op hun verantwoordelijkheid om zich te melden als ze íets weten wat betrekking zou kunnen hebben op de moord op Andrea. Kun je je voorstellen dat mensen een dierbare de hand boven het hoofd willen houden?

”Nee, niet echt. Stel dat er ergens een moeder rondloopt die weet dat haar zoon de moord op Andrea op zijn geweten zou hebben, dan zou ze hem moeten aangeven. Dat zeg ik niet omdat het om Andrea gaat, maar uit principe. In mijn ogen is dat geen gebrek aan loyaliteit of liefde, hoe gek het misschien ook klinkt. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen, maar niet voor hun daden. Zeker wanneer kinderen op een leeftijd komen dat ze zelf kunnen nadenken, hebben ze hun eigen verantwoordelijkheid. Wat goed is, is goed en wat fout is, is fout. Of het nu gaat om een onbekende of om je eigen kind. Eerlijk is eerlijk. In de loop der jaren zijn er bijna continu tips binnen blijven komen met betrekking tot de moord op Andrea. Veel mensen hebben lang gewacht met het doorgeven van hun informatie, omdat ze bang waren iemand te beschuldigen, te bestempelen als moordenaar. Onzin natuurlijk. Als je eerlijk vertelt dat je een bepaald persoon op een bepaalde tijd en plaats hebt gezien, doe je toch niets verkeerd? Je helpt de politie bij het boven tafel krijgen van de waarheid. Niets meer en niets minder. Mensen zijn vaak zo bang dat ze ruzie of ’last’ krijgen als ze eerlijk zijn.”

 

Roelof en jij zijn samen goed door deze crisis heen gekomen. Dat gaat wel eens anders.

”Roelof en ik zijn inderdaad heel bevoorrecht dat wij als stel zo goed door dit verdriet zijn heen gekomen. Hoeveel gezinnen en huwelijken vallen er niet uit elkaar na het overlijden van een kind? Naast dat enorme verdriet is er dan ook nog eens een scheiding te verwerken, vreselijk. Door respect te hebben voor de heel verschillende manieren waarop wij elk door dit verdriet heen zijn gegaan, zijn we niet uit elkaar gegroeid. Roelof kon er moeilijk over praten en had veel behoefte aan vertier en afleiding. Als hij er al over praatte was dat vooral met wildvreemden, mensen die hij ergens ontmoette. Ik móest juist praten en heb steun gezocht en gevonden in het spirituele, onder andere bij paragnosten en mediums en in reiki. Het klinkt al gauw zweverig als je dat zo zegt, maar ’spiritueel’ hoeft beslist niet ’zweverig’ te zijn. Als je zelf met beide benen op de grond blijft staan, kun je er veel aan hebben. Roelof kon naar mij luisteren als ik vertelde over mijn ervaringen. Hij vindt het fijn voor mij dat ik zoveel heb aan het spirituele. Inmiddels sluit hij zelf ook niet meer uit dat er een leven is na de dood, al durft hij ook niet te zeggen dat het wél zo is. ’Ik zie ’t wel als het mijn tijd is’, zegt-ie altijd.”

 

Wanneer hebben jullie Andrea’s kamer opgeruimd?

”Het eerste jaar hebben we helemaal niets verplaatst in Andrea’s kamer. Omdat we maar heel weinig ruimte hebben, wilde ik er na een jaar een beetje gaan opruimen. Toen ik het fototoestel pakte om foto’s te nemen van de kamer zoals hij was, vroeg Roelof wat ik van plan was. Toen ik het vertelde, schrok hij zich rot. ’Je gaat die kamer toch niet veranderen?’ riep hij. Dus liet ik het zoals ’t was. De kleren die er toen hingen, hangen er nog precies zo en vrijwel alles staat er nog. In de loop der jaren heb ik wel wat weg moeten doen. Haar ondergoed bijvoorbeeld dat in een mandje onder haar bed lag. Na verloop van tijd vergeelde het en werd het stoffig. In overleg met Roelof heb ik het toen weggegooid. Maar ik heb het wel drie keer in mijn handen gehad voor ik dat kon. Er staat nu ook een zonnehemel en het bed wordt soms gebruikt voor logees. Sómmige logees, want niet iedereen mag daar zomaar slapen. Het is immers nog steeds Andrea’s kamertje.”

 

Wat zijn nu nog de doelen in je leven?

”Ik heb het grootste drama van mijn leven overleefd. Dat doel heb ik bereikt. Ik geloof niet dat ik nu nog echt grote doelen heb. Ik wil me goed blijven voelen de rest van mijn leven en ook anderen helpen om zich goed te voelen. Ik wil anderen tot steun zijn door begrip te tonen, te luisteren en te praten, warmte te geven. Ik weet niet of dat echt een doel van me is, het is eigenlijk meer een vanzelfsprekendheid.”


Peter R. de Vries zich vast in de zaak van Andrea. Door zijn speurwerk verdween de moordenaar voor vele jaren achter de tralies.


 Terug naar overzicht 






Jouw Verhaal

Naar jouw verhaal...