Panelverhalen: Andermans kinderen...

In elke Mijn Geheim leggen wij een verhaal voor aan ons lezerspanel. Deze keer het verhaal van Judith.
Andermans kinderen…
Judith (35) kreeg vroeger alleen maar kritiek van haar ouders en daar is ze erg onzeker van geworden. Daarom probeert ze nu haar eigen kinderen op een pósitieve manier te stimuleren. Ze kan maar weinig begrip opbrengen voor moeders die het anders doen…
Tekst: Carina van Overveld
Illustratie: Marjolein Schalk
Na de zwemles van de kinderen viel het me voor het eerst op. Aan het einde van de les mogen de ouders altijd vanaf de tribune toekijken. Ik keek naar Tim, die zich na een half jaar les al best aardig kan redden zonder bandjes. De kinderen moesten om de beurt een salto maken in het water. Ze werden geholpen door de badmeester. Tim deed de salto, weliswaar niet perfect, maar hij dééd het toch maar mooi! Hij kwam weer boven water en zocht meteen met zijn ogen naar mij.
”Goed zo, Tim!” riep ik enthousiast en ik stak mijn duim op. Nina deed me na en moedigde haar broer luidkeels aan: ”Goed zo, Timmie!”
Een paar kinderen later was Martijn aan de beurt. Martijn is een klasgenootje van Tim. Hij deed een poging, maar zijn salto mislukte en hij eindigde op zijn rug in het water. Toen hij weer op de kant stond, keek hij naar zijn moeder. Ze stond naast me. En weet je wat ze deed? Ze draaide haar duim naar beneden, ten teken dat hij het niet goed gedaan had! Haar mond was een afkeurend, dun streepje. Ik hapte naar adem toen ik dat zag en kon mijn ogen gewoon niet geloven. Deed ze dat nou écht?
Martijntje droop af met hangende schouders, zijn blik strak op de vloer gericht. Ik stond met open mond naar die vrouw te kijken, maar ze merkte het niet op. Ik begon te twijfelen of ik het wel goed had gezien. Zo’n lelijk gebaar maak je toch niet richting je vijfjarige zoon? En al helemaal niet om zoiets onbenulligs? Ik overwoog even om er iets van te zeggen, maar hield uiteindelijk toch maar mijn mond. Ik dacht bij mezelf: laat het gaan, Judith. Misschien had ze gewoon een slechte dag. Misschien had ze last van stress of was haar auto kapot. Hier moest ik me niet mee bemoeien. Zo erg was het nou ook weer niet. Maar vervelend vond ik het wel.
Ik geloof in een positieve benadering
Ik ben zelf echt geen softe moeder die alles maar goed vindt en elke scheet van haar kind bewondert. Als er echt lelijk gekrast is op een tekening, dan vraag ik voorzichtig of ze iets meer hun best willen doen om netjes te kleuren. Als ze ergens met de pet naar gooien, dan leg ik uit dat ze meer kunnen bereiken als ze er wat meer moeite voor doen.
Ik geloof echter wél in een positieve benadering van kinderen. Daar krijgen ze zelfvertrouwen van, daar groeien ze van. Als Tim en Nina iets goed doen, dan krijgen ze van mij dus die dikke duim en dat welgemeende compliment. Zoals bijvoorbeeld tijdens de zwemles, waar Tim toch nog steeds een beetje bang voor is. Het helpt als ik dan vierkant achter hem sta en tegen hem zeg dat hij het goed doet.
Als kind kreeg ik altijd kritiek
Zelf kreeg ik als kind vrijwel nooit een complimentje. Mijn ouders leverden voornamelijk kritiek op me. Een acht was niet goed genoeg, want het had ook een negen of een tien kunnen zijn. Ik kon best aardig tekenen, maar mijn vader wist altijd wel een paar verbeterpunten aan te wijzen. Mijn moeder was het nooit eens met mijn kledingkeuze en ook mijn vriendjes waren nooit goed genoeg. Daar werd ik uiteindelijk een onzekere volwassene van, een vrouw met weinig zelfvertrouwen. Als ik nu een opdracht moet inleveren op mijn werk, ben ik nog steeds bang dat het niet goed genoeg is. Ik kan ook niet met complimentjes omgaan, want die geloof ik gewoon niet.
Daarom had ik me voorgenomen om het met míjn kinderen heel anders te doen. Tim is ook best verlegen en onzeker. Ik wil voorkomen dat hij later net zo wordt als ik, dus probeer ik hem positief te stimuleren. Ik wil hem laten weten dat hij het goed doet. Dat het goed genoeg is zolang hij zijn best maar doet. Juist omdat dit onderwerp me zo na aan het hart ligt, greep dat incident in het zwembad me zo aan.
Altijd die duim naar beneden
Ik begon erop te letten hoe Anna - de moeder van Martijn - met haar zoontje omging. En al snel bleek dat de omgekeerde duim zo’n beetje centraal stond in hun verhouding. Toen de kinderen uit school kwamen met een zelfgemaakt schilderij stond ik toevallig naast Anna. Tim liet zijn kunstwerk zien en ik probeerde er zo positief mogelijk op te reageren.
”Wat een mooie kleuren! Dat is duidelijk een…” Ik maakte mijn zin niet af. Ik wist echt niet wat het voorstelde.
”Dat is een boom met appels erin!” riep Tim.
Ik knikte en lachte breed. ”Ja, nu zie ik het!” Ik wilde zeggen dat hij appels beter rond kon tekenen, maar hield me in. Dat was immers precies wat mijn vader vroeger tegen mij gezegd zou hebben.
Net toen we weg wilden lopen, kwam ook Martijn naar buiten met zijn schilderij. ”Kijk eens, mama!” Hij keek hoopvol naar zijn moeder.
Anna wierp een norse blik op het papier. ”Wat stelt dit nou weer voor? Wat een gekras!”
Ik keek stiekem naar Martijns schilderij. Oké, het was niet geweldig. Maar moest zijn moeder nou echt zó reageren? Martijn liet zijn hoofd hangen en stopte het schilderij in zijn tas. Hoogstwaarschijnlijk zou het thuis in de vuilnisbak belanden. Zelf bewaar ik Tims tekeningen in een mooi plakboek. Ik schrijf erbij wat het voorstelt en wanneer het gemaakt is. Dat deed Anna vast niet met het ’gekras’ van haar zoontje.
’Niet mee bemoeien’, vindt Frank
Die avond praatte ik erover met Frank, mijn man. ”Ik vind het zó zielig voor dat manneke. Wat moet ik hier nou mee?”
Frank haalde onverschillig zijn schouders op. ”Daar moet je helemaal níks mee. Het is háár kind. Hoe zou jij het vinden als anderen zich met jóúw manier van opvoeden zouden bemoeien? En je hebt nu twee keer gezien dat ze negatief doet tegen haar kind, maar dat zegt toch niet zo veel? Misschien heeft ze gewoon een rotweek. Als ze haar kind nu zou mishandelen…”
Ik protesteerde nog en zei dat altijd maar kritiek hebben ook als een vorm van mishandeling gezien kon worden. Maar Frank hield voet bij stuk: niet mee bemoeien! Nou, dat heb ik geprobeerd. Toch viel het me steeds weer op dat Martijn alleen maar negatieve feedback kreeg van zijn moeder. Elke week tijdens de zwemles is het weer hetzelfde liedje. Martijn wordt steeds angstiger en heeft zelfs al een keer staan huilen aan de rand van het zwembad omdat hij niet durfde te duiken. De badmeester wilde hem geruststellen, maar Anna marcheerde naar beneden, pakte Martijns armpje ferm beet en sprak hem streng toe.
Ik slikte mijn woorden in
De week daarna begon ze al in de kleedkamer. ”Niet zo aanstellen deze keer, hè”, zei ze dreigend, terwijl Martijn zijn zwemkleren aantrok. ”Zo moeilijk is het niet, je moet gewoon wat beter je best doen. Anders haal je nooit je diploma en dan moet je voor altijd bij de kleine kleuters zwemmen.”
Een andere moeder keek me geschokt aan na het horen van deze preek en ik rolde met mijn ogen.
Toen Anna weg was, zei die andere moeder: ”Meende ze dat nou echt?”
Ik knikte en zuchtte. ”Ja, en zo doet ze altijd tegen dat kind. Het lijkt wel alsof dat jochie elke week een centimeter kleiner wordt van al die kritiek.”
Ik was blij dat ik een medestander had gevonden. Nu wist ik in ieder geval zeker dat ik het me niet verbeeldde.
Tegen het einde van de zwemles probeerde ik een vriendelijk praatje aan te knopen met Anna. ”Wat gaan ze hard, hè?” zei ik. ”Ik denk dat ze voor de zomervakantie hun diploma wel hebben.”
Anna snoof. ”Nou, dan zal Martijn toch echt beter zijn best moeten doen. Hij durft niet te duiken, hij durft niet door dat gat te zwemmen en elke week staat hij wel een keer te brullen.”
Ik slikte. Hoe kon ik daar nou eens opbouwend op reageren? Zonder haar voor het hoofd te stoten? Voordat ik de juiste woorden had gevonden, sprong Anna op om een instructie naar beneden te schreeuwen. ”Martijn! Luisteren naar de badmeester, niet zitten kletsen!” Ze slaakte een geërgerde zucht en beende weg.
Misschien maar goed dat ik niets had gezegd. Anna leek me nogal een ongeduldig type. Ze zou het vast niet leuk vinden als ik me met de opvoeding van haar kind ging bemoeien. Nee, Frank had gelijk. Ik moest me concentreren op mijn eigen kind.
Mijn hart brak
Het ging een tijdje goed, maar de laatste weken merk ik dat Martijn weer steeds vaker op zijn kop krijgt van zijn moeder. Hij speelt af en toe wel eens bij ons en dan valt het me op hoe schichtig hij is. Toen hij per ongeluk een beker drinken omstootte, kromp hij ineen en keek hij bang naar mij. Alsof hij verwachtte dat ik hem zou slaan of op zijn minst zou uitschelden. Mijn hart brak toen ik hem zo angstig zag kijken. ”Geeft niks hoor, dat ruimen we gewoon eventjes op”, zei ik luchtig, terwijl ik een doekje pakte.
Later die middag gingen de jongens kleien. Ze maakten allerlei fantasiefiguren en hadden de grootste lol. Daarna stelde ik voor om de klei snel af te bakken, zodat Martijn zijn kunstwerk mee naar huis kon nemen. ”Nee hoor, dat hoeft niet”, zei hij snel zonder me aan te kijken. Ik drong wat aan en al snel kwam de aap uit de mouw: ”Misschien vindt mama het niet mooi. Ze wil geen rommel in huis.”
Nou ja, dat is toch zielig? Dat een kind geen werkjes mee naar huis durft te nemen omdat het bang is dat mama het rommel vindt? Ik geef eerlijk toe: de houten plankjes met spijkers en bierdoppen waar Tim soms apetrots mee thuiskomt, vind ik óók niet om aan te zien. Maar ja, dat leren ze nu eenmaal in de timmerhoek. Natuurlijk zeg ik dan niet dat ik het ’rommel’ vind. Nee, ik zeg dat hij goed getimmerd heeft en laat het lelijke ding een dag of drie op het dressoir staan. En dan in de vuilnisbak. Zo erg is het toch niet om er een paar dagen tegenaan te kijken?
Een ander voorbeeld: de voetbal. Sinds een half jaar zitten Tim en Martijn bij de F’jes, samen met een aantal andere klasgenootjes. Er worden alleen maar vriendschappelijke partijtjes gespeeld, maar dat zou je niet zeggen als je sommige ouders langs de lijn uit hun dak ziet gaan… De vader en moeder van Martijn zijn ook van die fanatiekelingen: ”Laat die bal niet schieten! Kom op, doorlopen!”
Ze zijn niet de enigen, hoor. Heel veel ouders winden zich op langs de lijn en daar moet ik altijd enorm om lachen. Kom op, het is het Nederlands elftal niet! Als ze verloren hebben, geef ik Tim een aai over zijn bol en zeg ik: ”Volgende keer beter!” Martijn krijgt dan echter meteen uitgebreid te horen wat hij anders had moeten doen.
Tot tien tellen
Zo word ik geregeld geconfronteerd met de negatieve opvoedingsstijl van Anna. En ik zie wat voor effect dat heeft op Martijn. Die jongen had al zo weinig bravoure, maar nu lijkt het wel alsof hij steeds verlegener wordt. Op die leeftijd horen jongens luidruchtig en wild te zijn, niet bang en schichtig. Toch hield ik me aan mijn voornemen om me er niet mee te bemoeien.
Vorige week schrok ik echter. Tim gaf een verjaardagsfeestje en Martijn was natuurlijk ook uitgenodigd. We hielden een soort Olympische Spelen in de woonkamer, waarbij ze medailles konden winnen. Goud en zilver voor de winnaars en brons voor alle andere kinderen. Het was heel erg gezellig en er werd vooral heel veel gelachen. Niemand nam het echt serieus. Dat was ook niet de bedoeling. Alleen Martijn was bloedfanatiek. Met een verbeten trek om zijn mond probeerde hij steeds de beste in een ’sport’ te worden, maar dat lukte hem maar niet. Hij werd steeds stiller. Uiteindelijk kreeg hij een bronzen medaille. Toen begon hij hartverscheurend te huilen.
”Wat is er?” vroeg ik geschrokken, want tot op dat moment was het allemaal even leuk en vrolijk geweest.
Het ventje kwam amper uit zijn woorden. ”Ik wil geen bronzen medaille”, snikte hij. ”Alleen een gouden. Ik wil alleen de beste zijn!”
Drie keer raden waar die gedachte vandaan komt. Slik. Tel tot tien en troost het kind, dacht ik. En dat heb ik gedaan. Daarna heb ik hem uitgelegd dat je je niet hoeft te schamen voor een bronzen medaille en dat het maar een spelletje was.
Toch wilde hij die medaille niet, dus mocht hij hem teruggeven. Het feestje was daarna een beetje verpest omdat Martijn onwijs verdrietig bleef. Ik zag mezelf weer helemaal zitten, met een zeven voor een proefwerk. Nooit tevreden, altijd meer willen om indruk te maken op je ouders…
Waar ligt de grens, wat moet ik doen?
Ik weet dat ik me er niet mee moet bemoeien, maar wanneer mag je er eigenlijk wél iets van zeggen? Hoever moet iemand dan gaan? Is dit niet net zo goed een milde vorm van mishandeling?
Natuurlijk weet ik niet zeker hoe het precies zit in dat gezin. Misschien tref ik Anna steeds op het verkeerde moment, als ze net even op haar slechtst is. Misschien zie ik alleen de negatieve dingen en valt het allemaal erg mee. En natuurlijk trek ik me dit heel erg aan omdat ik zelf vroeger ook zo veel kritiek kreeg van mijn ouders. Ik denk dat ik Martijn goed begrijp omdat ik hetzelfde heb meegemaakt. Ik weet hoe bang hij is om zijn ouders teleur te stellen. Maar misschien reageer ik een beetje overgevoelig.
Moet ik met Anna gaan praten? Maar dan wordt ze misschien kwaad en reageert ze haar boosheid af op haar zoon. Of moet ik er misschien iemand anders bij betrekken? De juf wellicht? Of een of andere instantie?
Of moet ik me er helemaal niet mee bemoeien? Dat vindt Frank nog altijd. Maar ik denk niet dat ik me nog lang kan beheersen, want het gaat me echt aan het hart. Ik wil heel graag iets voor Martijn doen, maar ik weet niet hoe ik hem kan helpen.
Terug naar overzicht
Reactie plaatsen
-
knobbeltje in nekje
15 May 2012, 19:10:23 - 4 Reacties
-
Kliekjesdag
14 May 2012, 14:11:18 - 8 Reacties
-
Wat vind jij het allerbijzonderst aan je vader?
14 May 2012, 12:16:57 - 13 Reacties
-
Herkenning?
14 May 2012, 10:01:46 - 4 Reacties
-
fijne moederdag
13 May 2012, 12:20:37 - 4 Reacties
Naar jouw verhaal...




