Panelverhalen: Tussen twee vuren

Gerda (50) is dolgelukkig als ze na een nare scheiding Erwin (52) tegen het lijf loopt. Het gaat zelfs zo goed dat ze al snel besluiten te gaan samenwonen. Maar dan blijkt het niet te boteren tussen Erwin en haar kinderen. De spanningen lopen hoog op en Gerda is ten einde raad…
Tekst: Olga van der Meer - Illustratie: Marjolein Schalk
Tekst: Olga van der Meer - Illustratie: Marjolein Schalk
Eigenlijk is het belachelijk dat ik op deze manier advies moet vragen. Er zou namelijk helemaal geen probleem moeten zijn. Na alle ellende die we achter de rug hebben, zouden we nu alle vier gelukkig moeten zijn. We zouden met elkaar in harmonie moeten samenleven en elkaar het beste moeten gunnen. En als Erwin en de kinderen wat meer hun best zouden doen, elkaar wat tegemoet zouden komen en open zouden staan voor elkaar, dan had ik helemaal geen probleem gehad.
Zo is onze thuissituatie op dit moment echter niet. Mijn vriend en mijn kinderen lijken elkaar het licht in de ogen niet te gunnen. Hun ongenoegens, strubbelingen en egoïsme keren zich tegen mij. Ik sta tussen twee strijdende partijen. Ik ben degene die iedere ruzie moet oplossen en steeds de gemoederen tot bedaren moet brengen. Ik ben voor beide kanten de praatpaal. Ik sta voor een levensgroot dilemma en ben inmiddels de wanhoop nabij. Vandaar dat ik nu om raad vraag.
Na mijn scheiding van Fedde - de vader van Thelma en Corné - hoopte ik op een beetje rust in de tent. Ons huwelijk, dat ooit zo goed begonnen was, eindigde helaas in een ware vechtscheiding. De maanden tussen het moment waarop we de knoop definitief doorhakten en het tijdstip dat Fedde werkelijk het huis verliet, waren een regelrechte hel. Niet alleen voor ons, maar ook voor Corné en Thelma, die toen respectievelijk twaalf en dertien waren.
De spanningen drukten zwaar op ons alle vier. De kinderen haalden slechte cijfers op school. Thelma kreeg regelmatig strafwerk omdat ze brutaal was tegen de leraren. Corné sliep slecht en zelf functioneerde ik alleen nog maar op de automatische piloot.
Eindelijk kreeg Fedde van de gemeente dan toch een huurflatje aangeboden. Ik dacht dat ik van alle ellende af was, maar toen begon het eigenlijk pas goed. Fedde meende namelijk dat hij ons huis leeg kon plukken om zijn flat in te richten en daarin ging hij heel ver. In eerste instantie liet ik hem zijn gang gaan, omdat ik alleen maar wilde dat hij zo snel mogelijk wegging. Maar toen hij zelfs míjn boeken, cd’s en dvd’s wilde meenemen, ben ik in opstand gekomen. Uiteindelijk hebben we zelfs staan bekvechten om een theezeefje, gekker kan het bijna niet worden. Fedde is dus niet bepaald met stille trom vertrokken, dat moge duidelijk zijn.
Op de kinderen hadden onze ruzies natuurlijk een enorme impact. Ze werden brutaal, ongehoorzaam en vervelend. Omdat ik daar best begrip voor had en me bovendien erg schuldig voelde, ben ik nooit echt hard tegen ze opgetreden. Ze hadden het al moeilijk genoeg met de hele situatie. Dat zou allemaal wel weer goed komen als Fedde eenmaal definitief was verhuisd. Dan zouden we met zijn drieën weer een zo normaal mogelijk en vooral rustig gezinnetje gaan vormen.
Helaas duurde het nog een tijdje voordat het zover was. Ook al konden Fedde en ik niet meer met elkaar door één deur, hij bleef natuurlijk wel de vader van Thelma en Corné. Ik wilde niet zo’n moeder worden die haar kinderen bewust weghoudt bij haar ex. Ik gunde mijn kinderen een moeder en een vader, hoe vervelend ik die vader persoonlijk ook vond. Dus spraken we af dat ze afwisselend een week bij hem en een week bij mij zouden gaan wonen.
Nou, dat experiment is volledig mislukt. Het was veel te onrustig en chaotisch voor de kinderen. Als ze bij Fedde waren, misten ze hun vriendjes en vriendinnetjes hier uit de buurt. Het gebeurde ook regelmatig dat ze bij mij thuis tot de ontdekking kwamen dat spullen die ze nodig hadden nog bij Fedde lagen of andersom. En het voortdurende heen en weer trekken van het ene naar het andere huis bracht zo veel onrust met zich mee dat vooral Corné daar heel gespannen van werd. Hij kan toch al slecht tegen verandering en dit was gewoon te veel voor hem. Na een tijdje besloten we dat het zo niet langer kon. Uiteindelijk zijn de kinderen bij mij in ons oude huis komen wonen, hoewel ze wel regelmatig naar Fedde gaan.
Met zijn drieën hebben we daarna langzaam een heel nieuw ritme opgebouwd. Ik ben meer gaan werken, de kinderen zijn meer in huis gaan helpen. Nu hun thuissituatie stabieler was, konden ze zich op school ook beter handhaven. En nu ze wisten waar ze aan toe waren, sliepen ze ook beter. Het duurde even, maar anderhalf jaar na de scheiding kon ik met voldoening constateren dat het allemaal best lekker liep zo. De spanningen en ruzies behoorden tot het verleden en er heerste weer rust en regelmaat in huis.
Ook ik knapte op. Ik merkte zelf dat ik vrolijker werd. Ik besteedde ook weer wat meer aandacht aan mijn uiterlijk en kon weer genieten van kleine dingen. Je kunt wel stellen dat ik opbloeide na Feddes vertrek uit de echtelijke woning.
Maar ja, alleen is ook maar alleen. Met twee pubers in huis voer je nu eenmaal weinig interessante gesprekken op niveau. De meeste avonden zat ik in mijn eentje in de huiskamer televisie te kijken omdat de kinderen boven huiswerk zaten te maken of iets met vrienden aan het doen waren. Eigenlijk was ik ook wel weer toe aan een nieuwe relatie. Alles ging op zich prima, maar ik miste wel een man in mijn leven.
Dus toen ik Erwin ontmoette op een verjaardag van een gezamenlijke kennis en hij vroeg of ik een keertje met hem uit eten wilde, heb ik geen moment geaarzeld. Het bleek een schot in de roos te zijn. Bij Erwin vond ik alles wat ik de laatste jaren bij Fedde had gemist. Het klikte enorm goed tussen ons. We konden om dezelfde dingen lachen, koesterden dezelfde idealen en hielden van dezelfde films en dezelfde muziek. We konden echt urenlang praten zonder dat het saai werd en zonder dat er een ongemakkelijke stilte in het gesprek viel. Een beetje alsof hij mijn beste vriendin was, maar dan met het lichamelijke aspect als extraatje, wat onze relatie nog intenser maakte.
Erwin had ook een vervelende scheiding achter de rug, dus ook op dat vlak begrepen we elkaar volkomen. We wisten precies wat de ander had doorstaan. Het enige verschil was dat hij geen kinderen had. Vanwege onze eerdere ervaringen in de liefde wilden we onze relatie rustig opbouwen, maar het ging zó goed dat daar in de praktijk weinig van terechtkwam. Eigenlijk zijn we gewoon meteen in het diepe gesprongen. Het voelde gewoon te goed om dat niet te doen. Nadat Erwin had kennisgemaakt met Thelma en Corné en hen een paar keer had gezien, heeft hij zijn flat opgezegd en is hij bij ons ingetrokken.
Eind goed, al goed, zou je zeggen. Ik zou dit verhaal ook heel graag besluiten met de overbekende woorden: ’En ze leefden nog lang en gelukkig.’ Niets is echter minder waar. Sinds Erwin bij ons woont, zijn er voortdurend strubbelingen tussen hem en de kinderen, tussen hem en mij en tussen mij en de kinderen. Mijn vriend en mijn kinderen kunnen veel minder goed met elkaar overweg dan ik in eerste instantie dacht en ik sta ineens tussen twee vuren in.
Thelma en Corné beschouwen Erwin als een lastige indringer die het hun zo lastig mogelijk probeert te maken. En als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat ze daar wel een punt hebben. Erwin heeft nooit kinderen gehad, dus heeft hij ook geen idee hoe hij met ze om moet gaan. En pubers zijn niet erg geschikt als oefenmateriaal. Hij vindt ze lastig, brutaal en verwend. Daar moet ik hém dan weer een beetje gelijk in geven. Thelma en Corné zijn zeker geen makkelijke pubers. Maar welk kind van die leeftijd is nou wél makkelijk?
Voor mij als moeder ligt het natuurlijk anders. Ik heb ze als baby in mijn armen gehad en heb ze met eigen ogen zien opgroeien. Ik ben met ze meegegroeid, dus ik sta er heel anders tegenover. Bovendien weet ik wat mijn kinderen de afgelopen jaren allemaal hebben moeten doorstaan. Erwin houdt daar totaal geen rekening mee.
”Je verwent ze veel te veel”, zei hij vorige week, voor de zoveelste keer. Meestal krijg ik die opmerking te horen na een ruzie tussen hem en de kinderen, als ik weer eens heb geprobeerd om de boel te sussen. ”Je zou best wel eens wat strenger mogen optreden, Gerda. Die kinderen nemen een loopje met je.”
”En jij mag best eens wat soepeler worden”, verweerde ik mezelf. ”Je kunt kinderen van die leeftijd niet drillen. Je kunt ze niet africhten alsof het honden zijn. Zo werkt dat gewoon niet.”
”Dat bedoel ik nou”, zei hij fel. ”Je verdedigt ze, terwijl ze toch heel duidelijk fout zitten. Ze waren brutaal, Gerda. Dat moet je niet vergoelijken, daar moet een sanctie tegenover staan.”
Nu begon ik zelf ook boos te worden. ”Ik ga mijn kinderen niet straffen omdat ze het niet met jou eens zijn en daar eerlijk voor uitkomen.”
En hopla, er was weer een nieuwe ruzie geboren. Deze keer tussen Erwin en mij.
En zo gaat het constant. Hoeveel ik ook van Erwin hou, ik moet toegeven dat hij totaal geen opvoedkundige talenten heeft. Hij besteedt amper aandacht aan Thelma en Corné en communiceert het liefst met hen door middel van luide bevelen. Als ze daar vervolgens niet op reageren, krijg ík de volle laag. Dan ben ik degene die ervoor moet zorgen dat mijn kinderen naar hem luisteren. Doe ik dat niet, dan vervalt hij in een ijzig stilzwijgen. Doe ik het wel, dan krijg ik ruzie met Thelma en Corné.
Thelma viel laatst kwaad tegen me uit: ”Jij kiest altijd zíjn kant! Het is helemaal niet gezellig meer sinds hij hier woont.”
”Dat ligt niet alleen aan Erwin”, zei ik toen streng. ”Jullie doen óók niet erg je best. Het moet van twee kanten komen.”
”Nou, hij eerst dan”, zei ze bokkig.
Die reactie begrijp ik wel. Erwin is de volwassene, hij zou de verstandigste moeten zijn. Maar ik kan hem toch niet verwijten dat hij niet weet hoe hij met twee lastige pubers moet omgaan? Ik vind het zelf vaak al moeilijk genoeg om een tussenweg te vinden tussen te streng en te makkelijk zijn. Het opvoeden van twee pubers, die bovendien al het nodige op hun bordje hebben gekregen, is echt geen sinecure. Daar kan ik best een beetje steun bij gebruiken. Erwin heeft daar echter geen begrip voor.
”Ze hebben maar gewoon te luisteren”, vindt hij kortzichtig. ”Wij zijn de baas in huis, niet zij.”
Als de situatie niet zo vervelend was geweest, was ik in lachen uitgebarsten na die laatste opmerking. Droom maar lekker verder! Ik heb geprobeerd om Erwin duidelijk te maken dat zijn houding contraproductief is, maar ik stuitte op een muur van onwil en onbegrip.
Zodoende is de sfeer bij ons thuis meestal om te snijden. Thelma en Corné laten steeds meer en steeds duidelijker merken dat ze Erwin niet accepteren. Ze doen openlijk vijandig tegen hem en negeren zijn opmerkingen en kritiek. Op zijn beurt stelt Erwin zich steeds meer op als de baas in huis. Het is zo langzamerhand een machtsstrijd geworden die niemand kan winnen.
Ondanks deze problemen is de relatie tussen Erwin en mij goed. We hebben het nog steeds hartstikke fijn samen, vooral op de momenten dat de kinderen er niet bij zijn. Maar ik ben óók moeder. Mijn kinderen zijn een deel van mij. Het is voor mij onmogelijk om partij te kiezen voor een van de strijdende partijen. Want dat zou betekenen dat ik me tégen de andere partij keer. Toch wordt dat nu van me verwacht. Thelma en Corné hebben namelijk gezegd dat ze bij hun vader zullen gaan wonen als het thuis zo blijft als nu.
”Dat zou een mooie oplossing zijn”, zei Erwin toen ik hem dit vertelde. ”En wel zo eerlijk bovendien. De kinderen zijn van jullie samen, maar de zorg en de opvoeding komen voor negentig procent op jouw schouders neer, terwijl Fedde alle vrijheid heeft. Het is niet zo’n gek idee om een tijdje van rol te ruilen.”
”Zeg, het gaat hier wel om mijn kinderen, niet om een stel hondjes”, zei ik een beetje boos.
”Dat ze ergens anders gaan wonen, wil toch niet zeggen dat je ze niet meer ziet?” zei hij.
Ik schudde beslist mijn hoofd. ”Ik wil geen weekendrelatie met mijn eigen kinderen. Ik wil een normaal gezin vormen, met ons vieren.”
”Dat hebben we geprobeerd, maar het is tot nu toe geen doorslaand succes. Denk nu ook eens aan jezelf, Gerda. Het is niet zo dat je ze naar vreemden brengt, het gaat hier om hun vader”, zei Erwin. ”Ik zie het probleem niet. Als ze bij hun vader wonen, zijn we van die ruzies af en krijgen wij eindelijk tijd voor elkaar.”
”Wat een egoïstische gedachtegang”, zei ik verwijtend.
”Niet egoïstisch, maar realistisch”, verbeterde hij me. ”Ik heb mijn eigen leven opgegeven om bij jou in te trekken. Eerlijk gezegd heb ik er genoeg van om altijd tweede viool te moeten spelen. Het zijn jouw kinderen, niet de mijne. Ik zou ook wel eens willen merken dat je voor honderd procent voor onze relatie gaat.”
Eigenlijk kan ik hier weinig tegen inbrengen. Ergens heeft hij wel recht van spreken, maar ik heb nu toch ook wel een beetje geluk verdiend? Mijn kinderen blijven niet eeuwig thuis wonen, met Erwin moet ik uiteindelijk verder. Maar om dat nú al te doen? Ik weet het niet. Het lijkt erop dat ik moet kiezen, maar dat wil ik niet. Ik wil niemand kwijtraken. Ik kan voor beide partijen begrip opbrengen. Misschien is dat wel mijn grootste fout. Ik kan geen stelling nemen, want ze hebben volgens mij allebei een beetje gelijk. Maar dat krijg ik ze niet uitgelegd. Daarom sta ik nu voor een dilemma. Panelleden, geef me alsjeblieft een eerlijk advies, want ik kom er niet meer uit…
Terug naar overzicht
Reactie plaatsen
Jouw Verhaal
Naar jouw verhaal...
-
Ik heb stiekem een ander
18 May 2012, 05:08:41 - 2 Reacties
-
Vriendin is model
17 May 2012, 21:39:29 - 2 Reacties
-
wat te doen
16 May 2012, 16:45:28 - 0 Reacties
-
Beetje inspiratie nodig van jullie!
14 May 2012, 21:20:18 - 18 Reacties
-
Wat een verschrikkelijk gevoel..
14 May 2012, 17:56:28 - 9 Reacties
Naar jouw verhaal...




