Home > Tijdschrift > Webspecials > Ik háát mijn winter-ik!

Webspecials: Ik háát mijn winter-ik!

 

Veel mensen roepen dat ze zich in de winter somberder voelen dan in de zomer. Maar bij
Saar (48) gaat die somberheid veel dieper. De winter staat bij haar gelijk aan een periode van zware depressiviteit.


Tekst: Carina van Overveld

 

Saar woont alleen. Dertien jaar geleden is ze gescheiden en haar (inmiddels) tieners wonen bij hun vader. Ze heeft sinds een paar jaar een lat-relatie. Haar vriend woont aan de andere kant van het land. Ze zien elkaar alleen in de weekenden. Haar huiskamer is geschilderd in vrolijke, zonnige kleuren. De vogel en de vissen zorgen voor leven in huis. Zo probeert Saar de donkere dagen wat te verlichten.


Het wordt elk jaar erger
”Van jongs af aan heb ik een hekel gehad aan de winter. Aan de kou en de donkerte. Maar het is pas echt een probleem geworden na de geboorte van mijn eerste kind. Het is eigenlijk begonnen met een postnatale depressie, pnd. Ik ben altijd gevoelig geweest voor hormoonwisselingen. Ook tijdens de menstruatie had ik daar extreem veel last van. En toen kwam dus die postnatale depressie. Later bleek dat mijn winterdepressie ook een hormonale oorzaak heeft.

Na die pnd werd mijn afkeer voor de winter groter en sinds een jaar of tien heb ik er écht last van. Elk jaar wordt het erger. Het uit zich onder meer in een soort lusteloosheid. Ik hang maar op de bank en kan moeilijk beslissingen nemen. De eenvoudigste taken nemen uren in beslag. Bijvoorbeeld omdat ik ineens niet meer weet hoe ik de vaatwasser moet inruimen. Het is dan chaos in mijn hoofd. Laatst stond ik nog een tijdlang bij de wasmachine, omdat ik niet meer wist hoe ik de was moest sorteren. Dan geef ik het maar op. Wat heeft het ook voor nut, denk ik dan.

Maar zo stapelt het werk zich op. In mijn hoofd zit een steeds langer wordende  lijst van dingen die moeten gebeuren. Ik kom nergens toe. Zeker als eind oktober de wintertijd is ingegaan.

Het begint al met opstaan. Ik kan moeilijk uit mijn bed komen, heb geen fut om aan de dag te beginnen. En wanneer ik eindelijk op ben, raak ik al van de minste inspanning doodmoe en bezweet. De hele dag door voel ik me bang, verdrietig en depressief. Elke keer denk ik dat dit nóóit meer overgaat. Al weet ik inmiddels uit ervaring dat dit wel zo is. Als de lente komt.”

 

Naar de huisarts

Saar is destijds naar de huisarts gegaan, die haar klachten gelukkig serieus nam. ”Die winter was het zo erg, dat hij voorstelde om de dosis antidepressiva die ik al slikte, in de donkere maanden voortaan te verhogen. Maar dat pakte helemaal verkeerd uit. Ik kreeg veel last van allerlei bijwerkingen. Uiteindelijk ben ik die hele winter ziek thuis geweest. Ik kon niet eens meer werken. In plaats van beter ging ik me juist nóg somberder voelen. Vreselijk om thuis te zitten en niets te kunnen betekenen voor de maatschappij. We zijn toen maar gestopt met die verhoogde dosering.”

 

Lichttherapie

”De huisarts heeft me vervolgens lichttherapie voorgeschreven. Daar heb ik nu al een paar jaar baat bij. Ik heb zelfs een speciale lamp in huis, waar ik elke dag een half uur voor moet zitten. Daarnaast krijg ik ook een kuur bij het GGZ. Een paar keer per week zit ik ook daar achter een speciale lamp. Die geeft daglicht en zorgt ervoor dat mijn hormonen iets beter in balans zijn. Het helpt wel, ik zie wat minder tegen het leven op. Die kuur volg ik aan het begin van de winter. Soms wordt die nog eens herhaald, als ik in het voorjaar niet snel genoeg opknap. Jammer genoeg gaat het er niet helemaal van over, maar alle beetjes helpen. Het klinkt gek, maar ook al wéét ik dat het me helpt, toch kan ik mezelf er moeilijk toe zetten om erachter te gaan zitten. Het is weer iets op mijn lijstje dat ’moet’.

Waar ik me ook toe dwing is wandelen. Zelfs als het bewolkt is, profiteer je nog van het daglicht. Zo maak je vitamine D aan, wat ook zorgt voor een betere stemming. Ik ’moet’ dus ook elke dag een half uur naar buiten. Soms duurt het uren voor ik mezelf zover krijg. Vervolgens loop ik twintig minuten lang te piekeren en pas de laatste minuten kan ik genieten van de natuur. Ik merk wel dat dit steeds beter gaat, naarmate ik het vaker doe.”

Zonvakantie

Regelmatig komt een medewerker van de GGZ met Saar praten. Deze psychische steun heeft ze ook hard nodig. Verder is er niet echt een medicijn tegen een ernstige winterdepressie. Licht en bewegen, dat is het devies. En de zon opzoeken, als dat mogelijk is.

”Elke winter probeer ik een keer op vakantie te gaan naar een plek waar de zon schijnt, maar dat zit er financieel niet altijd in. Jammer, want het werkt wel. De keren dat ik het heb gedaan, merkte ik zoveel verschil! Vóór mijn vertrek loop ik te stressen en te huilen, omdat ik bijvoorbeeld niet weet wat ik moet inpakken. Totaal van slag en futloos stap ik het vliegtuig in. Als ik uit het vliegtuig kom, ben ik binnen de kortste keren een ander mens. Echt, je zou me niet herkennen! Als ik eenmaal in de zon sta, fleur ik helemaal op. Ik krijg weer energie, zie het leven weer zitten en kan weer grapjes maken. Zoveel invloed heeft de zon op mij. Ik zou in de toekomst best wel willen overwinteren in een warm land, als dat financieel haalbaar zou zijn. Daar zou ik veel baat bij hebben. Ik zeg wel eens voor de grap dat ik in het verkeerde land geboren ben. Maar zo grappig is het eigenlijk niet. Weinig mensen weten hoe slecht ik me werkelijk voel in de winter.”

 

’Ik voel me zo waardeloos’

De tranen lopen over Saars wangen als ze vertelt hoe diep het zit. ”Ik voel me zo… zo waardeloos. Wat hebben mijn kinderen nu aan zo’n moeder? Dat vind ik misschien nog wel het ergste van deze aandoening. Dat mijn kinderen al heel jong volwassen moesten worden. Toen ze nog bij mij woonden, was ik in de winter ook al niets waard. Ze moesten het huishouden doen, omdat ik het niet kon opbrengen. De oudste heeft vaak voor de jongste moeten zorgen, omdat ik niet eens uit bed kon komen. Dat is wat als je zo jong bent! En vriendjes mee naar huis nemen, dat is ook niet altijd gemakkelijk. Want waarom zit die moeder de hele tijd op de bank te huilen? Uiteindelijk heb ik hulp in de huishouding gekregen, zodat mijn kinderen ontlast werden. Ze wonen nu om verschillende andere redenen bij hun vader, maar ik voel me toch schuldig dat ze door mij een minder fijne jeugd hebben gehad.


Voor mijn vriend ga ik over grenzen
Niet alleen heeft mijn ziekte invloed op mijn kinderen, maar ook op mijn relatie. Mijn vriend accepteert me met al mijn gebreken, maar leuk is anders voor hem. Als hij hier is, moet ik mezelf oppeppen om een beetje vrolijk te doen. Dat lukt niet altijd. Regelmatig huil ik bij hem uit. Normaal ga ik altijd heel vroeg naar bed, maar dat doe ik niet als hij er is. Dat is zo ongezellig. Maar dat betekent dat ik over mijn grenzen ga en doodmoe word. Ook als ik een weekendje naar hem ga, doe ik me beter voor dan ik me voel. Met als gevolg dat ik nog meer uitgeput raak.

Mijn vriend weet dat ik hier last van heb, maar echt begrijpen kan hij het niet. In het begin wilde hij me stimuleren om wat te gaan doen, maar dat werkte averechts. Ik krijg het hem niet uitgelegd dat ik het gewoon niet kan. Dan voel ik me direct weer schuldig, omdat ik niet aan zijn verwachtingen kan voldoen. Ik heb veel meer aan een knuffel of een luisterend oor. Gelukkig biedt hij dat ook, maar ik vind het moeilijk om daar om te vragen.


’s Winters ben ik extra emotioneel

Kijk, nu zit ik weer te huilen, terwijl ik dit vertel. In de winter reageer ik veel emotioneler dan in de zomer. Ik hoef nu maar iets van slecht nieuws te zien op tv en daar gaan de tranen weer. Alles komt hard bij me binnen. Ik trek me alles heel erg aan. En ik huil niet alleen om wat ik zie of lees, maar vooral om hoe ik me voel. Ik huil omdat ik nergens van kan genieten. Zo had ik een keer een fiets gewonnen, maar zelfs dat kon me echt niet blij maken. Dan zit ik te huilen, omdat ik niet eens meer blij kan zijn met zo’n mooie prijs. Ik ben ook verdrietig om de hulp in de huishouding en de psychische hulp die ik nodig heb. Daar heb ik het moeilijk mee. Verdorie, ik ben nog jong, ik zou dat toch zelf moeten kunnen? Het maakt me weer radeloos en verdrietig.”

 

Zomer-ik versus winter-ik

In de zomer is Saar een compleet ander mens. Actief en vrolijk. Het leven lacht haar dan weer toe. ”In de zomer komt er veel meer uit mijn handen. Ik werk bijvoorbeeld lekker veel in de tuin. Het contact met mensen loopt makkelijker en zelf ben ik ook veel gezelliger in de omgang. Ik kan me dan niet voorstellen dat ik me ’s winters zo slecht voel. Net zo min als ik me nu kan voorstellen dat ik straks weer uit dit diepe dal omhoog krabbel. Mijn zomer-ik zou mijn winter-ik niet eens herkennen!”


Saar zou het fijn vinden om in contact te komen met lotgenoten, want een echte winterdepressie is alleen te begrijpen, als je het zelf kent. Wil je met haar in contact komen, mail dan naar de redactie. Klik hier.

 

 


 Terug naar overzicht 

Reactie plaatsen


Naam :
Email :
Leeftijd : jaar
Verhaal :
  = verplicht veld
 Terug     Plaats reactie 


Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit verhaal geplaatst











Jouw Verhaal

Naar jouw verhaal...