Panelverhalen: Offer ik mezelf wéér op?

Riet (63) heeft zes jaar lang met heel veel plezier op haar twee kleinkinderen gepast. Toch haalt ze opgelucht adem als Tom en Fleur allebei naar school gaan en ze eindelijk weer wat tijd voor zichzelf krijgt. Maar dan heeft haar dochter Annelies opnieuw groot nieuws!
Tekst: Astrid Krijgsman - Illustratie: Marjolein Schalk
Wat waren wij gelukkig met het grote nieuws dat Annelies en Richard ons kwamen vertellen, nu alweer ruim zeven jaar geleden. We kregen een grappig koffertje cadeau, met daarin een piepkleine pyjama. Ik viel Annelies meteen om haar hals en huilde van blijdschap. Bij Maurice, mijn man en de aanstaande opa, duurde het wat langer voordat het kwartje viel. ”Je bent in verwachting?” stamelde hij opeens.
We begonnen allemaal te lachen en de rest van de avond kletsten we over baby’s, bevallingen en alle komende veranderingen. Natuurlijk bood ik meteen aan om op te passen. Het leek me geweldig om Annelies te kunnen helpen en tegelijkertijd een goede band op te bouwen met mijn kleinkind. Annelies is mijn enige dochter en ik vond het fijn om er voor haar te kunnen zijn.
Naarmate de zwangerschap vorderde, maakten we plannen. Annelies zou vier dagen per week blijven werken. Haar kindje zou dan twee dagen bij mij komen en twee dagen naar het kinderdagverblijf gaan. Maurice werkte toen nog fulltime, dus het kwam echt op mij neer. Zelf was ik een half jaar daarvoor gestopt met werken. Ik had de laatste vijftien jaar met veel plezier in een modezaak gewerkt, maar vond het te zwaar worden om de hele dag te staan. Bovendien wilde ik wat meer van het leven gaan genieten. Een paar jaar later zou Maurice met de VUT gaan en dan konden we samen de dagen gaan doorbrengen. Daar keek ik ook erg naar uit.
Tom werd geboren en daarna waren we allemaal een beetje van slag. Ik had niet verwacht dat een eerste kleinkind zo’n impact zou hebben. Na drie maanden ging Annelies weer aan het werk en bracht ze Tom om zeven uur ’s ochtends al bij ons. Ik nam het lieve bundeltje van haar over en zat dan zeker een uur lang gelukzalig op de bank met het slapende jochie in mijn armen. Daarna legde ik hem in het ledikantje dat we speciaal hadden aangeschaft voor de oppasdagen. Dan deed ik wat huishoudelijke klusjes, om daarna met Tom te gaan wandelen. Zo trots als een pauw liep ik achter de kinderwagen. Ik vond het heerlijk!
Het kleine bundeltje werd ouder en groter en had minder slaap nodig. Hij ging op ontdekkingsreis; eerst schuivend op zijn billen door de woonkamer. Ik moest alle spullen in veiligheid brengen. Zeker toen Tom ging lopen en er niet voor terugdeinsde om op een stoel of tafel te klimmen. Ik vond het fascinerend om deze tijd nog een keer te mogen meemaken. We voerden samen de eendjes, haalden brood bij de bakker, bakten koekjes, kliederden met verf en zaten aan het einde van de dag samen uitgeput voor de televisie naar de Teletubbies te kijken.
Ik genoot van Tom en hij van mij. Het was heel anders dan toen ik zelf moeder werd van Annelies. Nu maakte ik het veel intenser mee. Alle verhalen die ik had gehoord van andere oma’s waren waar. Het was alsof je het nog een keer kon overdoen.
Toen Tom twee jaar oud was, werd zijn zusje Fleur geboren. Annelies besloot een dag minder te gaan werken, maar rekende er wel op dat Fleur en Tom samen twee dagen bij mij mochten komen. Ik dacht er niet over na. Natuurlijk was Fleur welkom! Het werd wel druk, met twee kleintjes in huis. Na een oppasdag was ik ’s avonds vaak gevloerd. Tom werd een drukke peuter en vroeg de hele dag door om aandacht, terwijl hij die nu met zijn zusje moest delen.
Toen Tom naar school ging, was ik stiekem best blij. Nu had ik wat meer tijd voor Fleur. Maar het bleef druk. Ik moest Tom naar school brengen en weer ophalen voor een boterham tussen de middag. Ik liep van hot naar her en keek de hele dag op mijn horloge. Alles moest opeens weer gepland worden. Lanterfanten was er niet meer bij.
Toen Fleur drie werd, begon ik uit te kijken naar het moment dat ook zij naar school zou gaan. Als de kinderen zouden overblijven op school, zou ik zelf weer wat meer ruimte en tijd hebben. Maurice ging bijna met de VUT en we wilden graag samen dingen gaan ondernemen. Lekker fietsen, onze grote hobby. Daarnaast wilde ik graag vrijwilligerswerk gaan doen. Ik had mijn oog laten vallen op De Zonnebloem. Dat leek me een mooie organisatie om me voor in te zetten.
Annelies regelde het overblijven, maar met tegenzin. ”Je woont zo dicht bij de school? Ze kunnen toch wel gewoon bij jou eten?”
”Dat kán wel”, zei ik. ”Maar papa en ik willen niet meer de hele dag vastzitten aan tijden. We halen de kinderen op die twee dagen toch uit school?” Annelies mopperde nog, maar legde zich erbij neer.
We genoten zeker zes maanden van ons ’lege’ leven. We konden doen waar we zin in hadden, behalve op onze oppasdagen na drie uur. Dat was goed te doen. We haalden Tom en Fleur op en dan bleven ze tot ongeveer half zes bij ons. Maurice en ik gingen vaak fietsen. Ik schreef me in als vrijwilliger en ging weer vaker op stap met vriendinnen. Ik merkte dat ik weer meer energie kreeg. Het oppassen had er toch ingehakt.
En toen kwam Annelies opeens langs met een nieuwtje. Het derde ’grote nieuwtje’ om precies te zijn. Ja, ze was weer zwanger. Maurice en ik waren eerst even stil van verbazing. Dit hadden we niet meer verwacht. Daarna omhelsden we Annelies en feliciteerden we haar met de zwangerschap.
”Richard en ik willen het zo graag nog een keer meemaken”, zei ze dromerig. ”Tom en Fleur zijn zo snel groot geworden. Nu gaan we het veel bewuster doen.”
Ik dacht dat ze daarmee bedoelde dat ze minder zou gaan werken. Dat bleek echter een misvatting. ”Jullie willen toch wel weer oppassen, hè?” vroeg ze. Of eigenlijk was het niet eens een echte vraag, meer een mededeling. ”Op de vaste dagen dat Tom en Fleur toch al bij jullie zijn?”
”Nou…” begon Maurice voorzichtig. ”Daar moeten we even over nadenken. In noodgevallen kun je altijd een beroep op ons doen en een logeerpartijtje in het weekend vinden we hartstikke gezellig.”
Annelies’ gezicht betrok. ”Maar jullie kunnen nu toch geen nee zeggen? Jullie hebben ook op Tom en Fleur gepast. Dan kan deze kleine…” Ze maakte haar zin niet af en legde beschermend haar handen op haar buik.
”Zo moet je het niet zien”, suste ik haar. ”We zullen net zo veel van dit kleinkind houden als van de andere twee. Dat spreekt voor zich. Maar we hebben onze dagen nu anders ingedeeld. Je vader werkt niet meer. We willen ook andere dingen doen.”
”Wat moet ik dán?” begon ze lichtelijk hysterisch. ”Als ik al die dagen kinderopvang moet betalen, kan ik net zo goed stoppen met werken.”
”Dat is wel dé manier om op en top van je derde kindje te genieten”, zei Maurice.
Dat was tegen het zere been. Want waar haalde Maurice het lef vandaan om te zeggen dat ze moest stoppen met werken? Dat was belachelijk ouderwets en zij had óók recht op haar eigen dingen. Boos liep ze de deur uit en wij bleven ontredderd achter.
”Ze draait wel bij”, zei Maurice, maar hij klonk niet erg zeker van zijn zaak.
”Zou je denken?” Ik trok mijn wenkbrauwen op. ”Je weet hoe eigenwijs en standvastig ze kan zijn.”
We hoorden drie dagen niets van haar. En toen ze Fleur en Tom kwam ophalen, zei ze nauwelijks iets.
”Laat haar maar even”, zei Maurice. ”Als ze eenmaal een oplossing heeft gevonden, beseft ze heus wel dat ze onredelijk is geweest.”
Na een week besloot ik om bij haar langs te gaan. ”Luister eens, lieverd”, zei ik zo vriendelijk mogelijk. ”Even over dat oppassen… We hebben er goed over nagedacht, maar we willen het echt niet meer. We hebben het met veel liefde en plezier gedaan voor Tom en Fleur, maar twee hele dagen oppassen zien we niet meer zitten. Dat wordt te zwaar. En we willen ook wat andere dingen gaan doen. Maar je kunt altijd op ons rekenen als het nodig is.”
Maar Annelies bleef boos en vroeg me zelfs om te gaan. Verdrietig stapte ik weer op mijn fiets. Was dit wel de juiste beslissing? Waren wij egoïstisch? Of gingen Annelies en Richard er wel érg gemakkelijk vanuit dat wij onszelf wel weer vier jaar lang zouden opofferen? De ouders van Richard woonden veel te ver weg om te kunnen oppassen, maar ze konden natuurlijk ook gastouders zoeken. Of misschien kon Annelies iets regelen met een vriendin? Zij de ene dag de kinderen en die vriendin de andere dag?
Een paar dagen later werd ik gebeld door mijn jongere zus Betty, de lievelingstante van Annelies. Betty en ik hebben vroeger veel op elkaars kinderen gepast en Annelies ging ook als puber nog vaak op bezoek bij haar tante. Betty en ik zijn heel close en bespreken van alles met elkaar.
”Wat hoor ik?” zei ze. ”Laat jij je dochter zo zitten?”
”Hoe bedoel je?” vroeg ik verbaasd.
”Ik had Annelies net aan de lijn. Ze was in tranen. Ze zei dat je haar laat barsten.”
Ik vertelde Betty het hele verhaal. ”En ik vind het zó rot dat Annelies het maar niet wil begrijpen”, besloot ik.
”Nou, ik begrijp het eerlijk gezegd ook niet”, zei Betty. ”Je doet er je dochter zo veel plezier mee. Nu moet ze stoppen met werken omdat jullie weigeren op te passen.”
”Dat lijkt me erg overdreven”, zei ik. ”Er zijn toch genoeg andere oplossingen te bedenken?”
”Ik pas ook op mijn kleinkinderen en ik ben blij dat ik de kans krijg om dat te doen. Er zijn vrouwen van onze leeftijd die niet eens oma zijn. En grootouders die hun kleinkinderen nooit mogen zien. Het is heel bijzonder om zo’n grote rol in het leven van je kleinkinderen te mogen spelen. En hoe zal het voor die derde spruit zijn? Om als enige níét bij oma terecht te kunnen? Het is dat ik zelf vier kleinkinderen heb, anders had ik Annelies wel geholpen.”
Een beetje geprikkeld beëindigde ik het gesprek.
Maurice werd kwaad toen hij hoorde wat Betty had gezegd. ”Dus wíj moeten oppassen omdat er ook opa’s en oma’s zijn die hun kleinkinderen niet mogen zien? Wat een onzin!” brieste hij. ”We zijn er altijd geweest voor Annelies en haar gezin. We hebben zes jaar lang opgepast en vangen de kinderen na schooltijd nog steeds op. We zitten bij hen thuis als ze ’s avonds uit willen, de kinderen komen hier vaak logeren en we nemen ze af en toe een dagje mee uit. Jij gaat zelfs met de kinderen naar de dokter en de tandarts als dat beter uitkomt.” Hij schudde zijn hoofd.
”Riet, we doen genoeg en hebben ook meer dan genoeg gedaan. Annelies moet zélf haar verantwoordelijkheid nemen. Zij willen graag een derde kindje, dus moeten ze daar ook maar zélf voor zorgen.”
Met dat laatste was ik het niet helemaal eens. In onze tijd was het normaal om te stoppen met werken en zelf voor je kinderen te zorgen. Tegenwoordig is het bijna abnormaal om huismoeder te zijn. Ik begrijp best dat Annelies wil blijven werken. Het leven is duur en ze kunnen het geld waarschijnlijk goed gebruiken. Maar ze mag er niet zomaar van uitgaan dat wij wel weer komen opdraven.
Annelies is nog steeds boos. Ze probeert wel normaal te doen als ze de kinderen komt ophalen, maar gezellig is het niet meer. Ze is kortaf en blijft niet meer plakken zoals vroeger. Ook komt ze nooit meer spontaan op bezoek. Ze vertelt me nauwelijks nog iets over de zwangerschap. Toen ze zwanger was van Tom en Fleur ging ik altijd mee naar de verloskundige. Nu heeft ze me niet gevraagd om mee te gaan.
Ik ben er echt ziek van. Ik wil meeleven met haar dikke buik, samen babyspulletjes kopen en lekker klagen over al die kwaaltjes die bij een zwangerschap horen. Maar als ik ernaar vraag, krijg ik altijd hetzelfde korte antwoord: ”Het gaat goed.”
Ik probeer telkens weer met haar te praten. Ik heb al zo vaak gezegd dat we het niet kwaad bedoelen. Dat we net zo veel van de nieuwe baby zullen houden als we van Tom en Fleur houden. Maar Annelies kan of wíl het niet begrijpen. Richard zegt er niet veel over. Ik heb de indruk dat hij ergens wel begrip heeft voor onze situatie, maar dat hij Annelies niet wil afvallen.
Mijn broer Ton is het - in tegenstelling tot Betty - wél met ons eens. Hij heeft nooit op vaste dagen willen oppassen. ”Ik ben dol op die kinderen”, zei hij. ”Maar ik wil mezelf niet vastleggen. Dat hebben ze maar te respecteren. Zíj kiezen voor die koters, niet ik.”
Deze week zei Annelies opeens dat ze buitenschoolse opvang voor Tom en Fleur aan het regelen was. Zodat wij helemáál niet meer hoeven op te passen. ”Dan heb je echt de hele week tijd voor jezelf”, zei ze sarcastisch.
”Dat is toch nergens voor nodig?” piepte ik.
Ze haalde haar schouders op. ”Jullie hebben ook recht op een eigen leven.” Maar de manier waarop ze het zei, was allesbehalve vriendelijk.
Ik ben geneigd om toe te geven. Maar Maurice niet. ”Dan gaan we iets doen wat we eigenlijk niet willen. Ik vind dat Annelies zich als een puber gedraagt en dat hoeven we niet te accepteren.”
”Maar straks wil ze ons nooit meer zien”, zei ik.
”Nou, dat zal wel meevallen”, zei Maurice. ”Ze draait wel bij zodra die kleine er eenmaal is. Ze is onze enige dochter en we hebben altijd goed contact met haar gehad. Dat loopt echt niet stuk op dit meningsverschil.”
Maar ik heb er een hard hoofd in. Ik wil een rol blijven spelen in het leven van mijn dochter en mijn kleinkinderen. Maurice en Annelies zullen allebei niet toegeven. Daar ken ik ze goed genoeg voor. Ondertussen wordt de buik van mijn dochter alsmaar dikker en de bevalling komt steeds dichterbij. Beste panelleden, wat moet ik doen?
Terug naar overzicht
Reactie plaatsen
-
knobbeltje in nekje
15 May 2012, 19:10:23 - 4 Reacties
-
Kliekjesdag
14 May 2012, 14:11:18 - 8 Reacties
-
Wat vind jij het allerbijzonderst aan je vader?
14 May 2012, 12:16:57 - 13 Reacties
-
Herkenning?
14 May 2012, 10:01:46 - 4 Reacties
-
fijne moederdag
13 May 2012, 12:20:37 - 4 Reacties
Naar jouw verhaal...




