Vechten voor onze droomhuis

We kochten ons huis ik denk nu zo’n 10 jaar geleden. (Eerste woning in de straat. Een straat met allemaal vrijstaande woningen met vrij grote voortuinen en een riante tuinen achteren. Tegenover onze woning is een grote gasveld met speeltoestellen en daarachter heb je een grote bos. We hebben aan éèn kant buren. Voorzieningen op fietsafstand) Er moest veel aan gedaan worden, maar ik kon er doorheen kijken. Het zou prachtig worden. Maar zoiets kost tijd en geld. Prima, we hadden nog ons hele leven, dacht ik. We hebben alle tijd. Langzaam maar zeker pakten we ruimte voor ruimte aan. Jaren hebben we erover gedaan, maar zo’n twee jaar geleden kwam het moment dat ik dacht: ja, we zijn er. Dit is ons droomhuis.Ik was er zielsgelukkig. Sterker nog, het hele gezin was er super gelukkig. Alle ruimtes waren precies zoals we het mooi vinden, opgeknapt, verbeterd en gemoderniseerd. Het is echt een fantastisch huis op een hele mooie plek.

Ik zag het al helemaal voor me: onze kinderen zouden hier opgroeien, onze kleinkinderen zouden hier ook later komen logeren en door de tuin rennen. We hadden ook zulke lieve buren. Ko en Anneke en ze verwenden onze kinderen. De kinderen noemden ze ook opa en oma en zo voelde het ook. Helaas overleed Ko en is Anneke naar de andere kant van het land vertrokken in een verzorgingstehuis dichter bij haar dochter. En toen kregen we nieuwe buren. We hebben prima contact met de meeste mensen in onze straat, maar we zijn niet close. Er is een groepsapp waarin soms dingen gedeeld worden, een keer in het jaar wordt er een barbecue georganiseerd. Gewoon gezellig. Ook hebben de kinderen allerlei leuke kinderen in de straat en dat loopt bij elkaar in en uit. Tot deze nieuwe buren kwamen.Ik stop mensen niet graag in hokjes, maar deze mensen passen volledig in het hokje ’tokkie’. Ze wonen met veel te veel mensen in dit huis, ze roken non-stop, binnen en buiten, draaien de hele dag keihard muziek, de echte Hollandse kaskrakers. De voortuin staat vol met afgetrapte fietsen en ligt er een bult met oud ijzer zoals kapotte wasmachines. Ze maken de hele dag door herrie. Als ze niet schreeuwen en ruziemaken met elkaar, blaffen de honden waar de hele straat bang voor is, of staat dus die afgrijselijke muziek keihard aan. Meestal is het alles tegelijkertijd.
Ook de politie is daar trouwe klant aan de deur.

We hebben een paar keer vriendelijk aangegeven of het wat zachter kan of dat ze niet tot diep in de nacht die muziek zo hard willen zetten, omdat onze kinderen er wakker van liggen. Ze doen niet eens alsof ze rekening met ons gaan houden. Elke keer kregen we een grote mond, bier in ons gezicht gegooid of werd de jointlucht expres in ons gezicht geblazen met talloze bedreigingen dat het hun huis is en dat ze mogen doen wat ze willen.
Het ging van kwaad tot erger, want hoe vaker wij aan de deur stonden, hoe tegendraadser ze werden. De muziek ging nog harder, tot nog later, diep in de nacht. Ze gebruikten onze voortuin ook als oudijzeropslag, prullenbak of als ze geen plek hadden door al die troep werd het konijnenhok in onze voortuin gezet. Echt heel bizar.

Op een gegeven moment belden we de politie om overlast te melden. Dat hebben we twee keer gedaan, daarna kregen we eieren tegen onze voorruit, was de voordeur onder de hondenstront gesmeerd en door de brievenbus gegooid en vervolgens kwam daarna de buurman nog bloedlink verhaal halen, met een heuse bedreiging. We waren zo bang!

Ook hadden ze onze heg om onze tuin aan hun kant eruit gehaald zodat ze makkelijker hun spullen in onze tuin konden plaatsen.

Vriendjes uit de straat durfden niet meer buiten te spelen omdat de honden vaak door de straat losliepen en de behoefte op het veld tegenover ons tussen de speeltoestellen deden en agressief waren.

Al gauw voelde ik mij absoluut niet meer veilig in mijn eigen huis. Ik durfde niet meer in de voortuin, bang dat ze me zouden zien. Ik gluurde bij de voordeur voordat ik naar buiten ging en we kochten een deurbel zodat ik kon zien wie voor de deur stond, uit angst dat een van hen buiten zou staat. Deze mensen zijn gewoon in en in asociaal en willen geen rekening houden met anderen.

Na een jaar ploeteren, proberen en aanpassen, wisten we het niet meer. Tot er op een avond werd aangebeld en echt bijna de hele straat voor onze deur stond. Ze vroegen of we even konden spreken. Er waren zoveel mensen dat er in de woonkamer niet eens genoeg zitplek was. De hele straat bleek doodsbang te zijn en had vreselijke last van ze. Ouders durfden hun kinderen niet meer naar ons te sturen, laat staan op straat te laten spelen. Het ging inmiddels verder dan ons alleen, al waren wij als directe buren wel het hoofddoelwit. Er werd die avond een plan bedacht. Een plan dat absoluut niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat we op dat moment allemaal geniaal vonden. We besloten de rollen om te draaien en hen systematisch weg te pesten. Iedereen deed mee.

Het begon nog relatief klein. Een paar vaders uit de straat hebben ’s nachts de remkabels van al die tientallen afgetrapte fietsen doorgeknipt. De hondenstront die zij lieten liggen, werd verzameld en door hun eigen brievenbus geduwd. Iemand die handig was met computers wist het bluetooth-signaal van hun geluidsboxen te hacken, waardoor we midden in de nacht op het allerhardste volume doodseigenaardige geluiden en alarmen door hun woonkamer lieten loeien. We deden als straat dagelijks anonieme meldingen bij Jeugdzorg, de Belastingdienst, de Dierenbescherming en de milieupolitie. Er stond bijna elke dag wel een instantie op de stoep om hun leven een hel te maken. Het hielp niet veel ookal kwam de buurman niet meer aan de deur. Maar hij wist ook uit ervaring dat wij niet open deden.

Maar de situatie ontplofte pas echt vlak voor de zomervakantie. De buurman had die middag mijn jongste dochter buiten huilend uitgescholden omdat ze bang wegliep voor zijn honden. Toen knapte er iets in mij. Die avond wist ik dat ze een groot feest hadden in de tuin. Ze waren allemaal stomdronken en high. De honden zaten opgesloten in een schuur achter het huis. In het hol van de nacht ben ik hun tuin in geslopen. Ik heb de schuurdeur en de tuinpoort wagenwijd opengezet zodat de honden wegliepen naar het bos verderop.
Dat vond ik nog het engste want ik was ook doodsbang voor de honden.

Daarna heb ik een brandende fakkel gegooid in die gigantische, illegale bult met autobanden, plastic en oud ijzer in hun voortuin.Het vloog direct in brand. De giftige, dikke zwarte rook sloeg binnen een paar seconden door de openstaande ramen hun slaapkamers in. Het hele huis is die nacht volledig uitgebrand. Gelukkig is er niemand gewond geraakt; ze konden op tijd via de achterdeur vluchten en de honden zijn de volgende dag door de dierenambulance ongedeerd gevangen.

De woning wat volledig is verwoest is toch verkocht en erg vlot! De nieuwe bewoners heb ik nog niet gezien want de verkocht bord staat er nog maar net in en je kunt er zo ook niet in wonen. Het is volledig uitgebrand. Maar de straat is weer rustig. De kinderen spelen weer buiten. De rust is terug.

Maar nu komt mijn vreselijke geheim: de politie en de brandweer denken dat het een ongeluk was. Ze gaan ervan uit dat er een smeulende sigarettenpeuk of joint in de bult met afval heeft gelegen. Niemand in de straat weet dat ik die brand daadwerkelijk heb aangestoken en de honden heb losgelaten. Iedereen denkt dat het karma was. Zelfs mijn man durf ik het niet te vertellen.

Ik heb willens en wetens hun huis in de fik gestoken. Ik heb het risico genomen dat er doden zouden vallen. En dat allemaal puur en alleen zodat wij in ons droomhuis konden blijven wonen.

Als ik nu ’s ochtends uit het raam kijk naar die zwarte, afgebrande bouwval naast ons, krimp ik in elkaar van de schuldgevoelens. Ik ben een crimineel geworden voor een paar bakstenen. Nu is mijn vraag dus aan jullie en nu heb ik wel het gevoel dat ik te ver ben gegaan: wat zouden jullie doen? Moet ik hiermee naar de politie gaan en riskeren dat ik mijn gezin, mijn baan en ons droomhuis kwijtraak? Of moet ik hiermee leren leven met zelfs een gehein naar mijn man toe?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *