Gewone mensen, bijzondere verhalen

overzicht

webspecials

Burenruzie, als je buur geen goede vriend is…

Eén op de vier Nederlanders ervaart woonoverlast. Bij sommigen neemt het burenprobleem enorme vormen aan en is er sprake van burenterreur. Van dit laatste is sprake bij Laura (34). Zij en haar man Karel waren de koning te rijk toen ze hun droomhuis vonden, maar het geluk duurde niet lang…

 

I.v.m. de privacy zijn de namen in dit verhaal veranderd

 

“Dolblij waren mijn man Karel en ik toen we een betaalbaar benedenhuis in de stad vonden. Het was ons eerste koophuis, we zagen het op internet en besloten te gaan kijken. We woonden al jaren in een flat, maar we wilden dolgraag een benedenhuis met een tuin. Dit huis leek een lot uit de loterij. Het was heel sfeervol, lag middenin de wijk waar we het liefste wilden wonen en had ook nog een prachtige stadstuin met klimrozen en jasmijn. We waren op slag verliefd. Zenuwachtig deden we een bod, we boden zoveel als we konden lenen. Het bedrag was beduidend lager dan de vraagprijs, maar toch werd het direct geaccepteerd. Misschien had toen al een alarmbelletje moeten gaan rinkelen, maar dat deed het niet. We sprongen een gat in de lucht. We dachten dat we een geweldige koop hadden gesloten en konden niet wachten op de verhuizing.”

 

Slecht begin

“Al maanden van tevoren begonnen we met het inpakken van de dozen. En eindelijk was het zover: de verhuisdag was aangebroken. De hele dag reden we af en aan en aan het begin van de avond was alles overgebracht. Eindelijk zaten we intens vermoeid maar zielsgelukkig met een glas wijn in onze eigen tuin. Het huis bestond uit twee verdiepingen, boven ons was nog een appartement en ook beneden hadden we aan weerskanten buren. Dom van ons was dat we voordat we het huis kochten niet eerst eerst even rustig hebben gekeken wie er boven en naast ons woonden. Als we dat wel hadden gedaan hadden we het natuurlijk nooit gedaan. Die eerste avond in de tuin viel plotseling op dat er best veel afval in onze tuin lag, plastic zakjes, papier, maar ook bierdopjes en peuken. Dat hadden we tijdens de bezichtiging helemaal niet gezien. Ach, het zou er wel ingewaaid zijn of zoiets, stelden we onszelf gerust. Maar al snel bleek dat de bovenbuurman onze tuin als asbak gebruikte. Het was een jonge jongen, hij woonde alleen en elke avond hing hij luid telefonerend met een flesje bier en een peuk boven onze hoofden. We besloten ons te gaan voorstellen. Hij gaf ons een hand, maar liet ons verder aan de deur staan. We nodigden hem uit voor een drankje, maar hij bedankte direct. Nee hij had het druk, druk, druk, hij was bezig met een grote zakendeal en had werkelijk geen tijd. We vroegen hem vriendelijk voortaan zijn sigarettenpeuken niet meer naar beneden te gooien en gelukkig beloofde hij dat niet meer toe doen. We besloten direct maar even naar de mensen die naast ons, ook op de begane grond, woonden te gaan. We hoorden duidelijk dat ze thuis waren. We bonkten op de afgebladderde deur, maar hoewel er een enorme bak herrie uit de openstaande ramen kwam, verscheen er niemand om ons te woord te staan. Aan de andere kant van onze voordeur werd wel opengedaan, een schichtige vrouw schudde onze hand en deed toen snel weer de deur dicht. Plotseling bekroop ons een onaangenaam gevoel, hadden we er eigenlijk wel goed aan gedaan hier te gaan wonen?”

 

Buikpijn

“Als snel bleek dat het huis zelf heerlijk was, maar de buren een ramp. De bovenbuurman bleef ondanks ons herhaaldelijke verzoek om dat niet te doen, zijn peuken naar beneden gooien, zelfs als we zaten te barbecueën. We moesten een parasol boven ons eten zetten om te voorkomen dat er een sigaret in gegooid zou worden. Het huis naast ons bleek een adres te zijn waar tot diep in de nacht feestjes waren. Ladderzat zaten bewoners en bezoekers te schreeuwen in de tuin, terwijl wij ‘s morgens weer vroeg op moesten om naar ons werk te gaan. Toen onze katten, die we weleens aan een lijntje in de tuin lieten, blij dat ze nu eindelijk ook naar buiten konden, op een zondagmiddag bekogeld werden met bierblikjes ontplofte de bom. Mijn man draaide volledig door en ging verhaal halen. Ik heb hem echt tegen moeten houden, anders had hij ze iets gedaan. De buurjongens, -er woonden twee broers, actief als dj,- namen onze klachten helemaal niet serieus en sloegen de deur voor onze neus dicht. We namen contact op met de buurtbemiddeling en de wijkagent en er kwam een gesprek. Het was een toneelstuk: de buurjongens zaten braaf te knikken en beloofden beterschap maar de buurtbemiddeling was de deur nog niet uit of de eerste bierfles lag alweer tussen onze rozen. We gingen naar de politie, maar die verwees ons terug naar de contactpersoon van de wijk. De buurjongens kregen een brief, maar het hielp niets. We gingen opnieuw naar de buurtbemiddeling en we kregen de indruk dat ze ons maar lastig vonden, dat we overdreven en dat het eigenlijk best meeviel. ’U woont wel in een grote stad natuurlijk,’ zeiden ze, ‘u moet wel een beetje rekening houden met elkaar en vooral tolerant zijn. U woont nu eenmaal dicht op elkaar met veel mensen, dat vergt enige flexibiliteit…’ We waren verbijsterd en liepen kwaad de deur uit. Dat rekening houden met elkaar gold blijkbaar alleen voor ons, niet voor de overlast veroorzakende buren. De zaak escaleerde en de verhoudingen raakten ernstig verstoord. De bovenbuurman begon te stampen op de trap, gewoon lopen was er niet meer bij, al vanaf de derde trede sprong hij naar beneden om kennelijk zoveel mogelijk herrie voor ons te veroorzaken. Als hij de trap af denderde, schudden bij ons de kopjes op tafel. We lieten het trappenhuis aan onze kant isoleren, maar veel hielp het niet. Ik werd angstig, ik wilde eigenlijk zoveel mogelijk weg, maar was bang voor wat ik aan zou treffen als ik weer thuiskwam. Als ik naar buiten wilde, maar aan de voorkant de buren hoorde, wachtte ik tot ze weg waren. Als ik de straat in kwam rijden en zag dat ze buiten stonden, bleef ik mijn auto zitten totdat ze binnen waren. Buiten zitten wilde ik niet graag meer, maar mijn man wilde zich niet laten terroriseren en bleef consequent in onze tuin zitten. Ik bleef bij hem zitten uit solidariteit, maar eigenlijk had ik me het liefste in huis opgesloten met de deuren dicht.

 

Oudejaarsavond

Onze eerste oudejaarsavond was een dieptepunt. We waren naar vrienden geweest, onze katten waren thuis. We hadden voor de zekerheid een emmer met water onder de brievenbus bij de voordeur gezet voor het geval er vuurwerk door de brievenbus gegooid zou worden. Eigenlijk wilde ik liever niet weg, maar we wilden ons er niet door laten weerhouden en gingen toch. Maar de hele avond was ik bang voor wat we aan zouden treffen als we thuiskwamen. Mijn angst was terecht. Toen we die nacht om drie uur thuiskwamen was het feest in het huis beneden naast ons nog in volle gang. Onze voordeur was gebarricadeerd met fietsen van de feestgangers. Ze waren zelfs tegen ons voorraam aangegooid, ons raam was beschadigd, er zaten krassen op. Onze tuin was bezaaid met vuurwerk, glas en blikjes. Er lagen tientallen vuurpijlen op het dak van ons schuurtje. Godzijdank waren ze gedoofd, maar ik dacht direct aan wat er had kunnen gebeuren: er had wel brand kunnen ontstaan met alle gevolgen van dien. Er hadden slachtoffers kunnen vallen. Onze katten zaten weggedoken onder bed, het heeft zeker een dag geduurd voordat ze weer onder het bed vandaan durfden te komen. Van slapen kwam niets die verdere nacht, er was te veel herrie en we begrepen ook wel dat de politie in de nieuwjaarsnacht echt niet zou komen als we hen zouden bellen. Knarsetandend, ik van angst, mijn man van woede, lagen we klaarwakker in bed. Mijn man hield zijn kleren aan, in een noodgeval kon hij direct opstaan en naar buiten rennen. Toen het de volgende ochtend licht werd, zagen we dat er ook braaksel in onze tuin lag. Toen ik dat zag kon ik niet meer ophouden met huilen. Ze waren zelfs ín de tuin geweest, op ons stuk, tussen onze rozen! Ik raakte compleet overstuur. Mijn man was laaiend, ging direct naar de politie om aangifte te doen. Hij riep dat hij niet zou wijken en net zo lang zou klagen totdat er iets aan gedaan werd, maar ik zag het somber in. Ik geloofde niet dat er iets zou veranderen en ik was het zo moe. Ik wilde nog maar één ding: weg daar!”

 

Platteland

“De politie nam de aangifte op, maar deed er verder niets mee. Geen prioriteit. De overlast bleef, er veranderde helemaal niets. We besloten het huis te koop te zetten. Mijn man vond het vreselijk, het voelde voor hem echt alsof hij zich weg liet jagen. Maar hij deed het voor mij en daar ben ik hem enorm dankbaar voor. Helaas was de huizenmarkt destijds niet goed en duurde het nog ruim twee jaar voordat ons huis eindelijk verkocht werd. Tot die tijd probeerden we het contact met de buren zoveel mogelijk te vermijden en zaten we niet meer in de tuin. De katten durfden we ook niet meer buiten te laten, ik was veel te bang dat hen iets zou overkomen en ik wist dat ik dan mijn man niet meer tegen kon houden. En toen was er, toch nog onverwacht, een koper voor ons huis. Het was een man die het huis wilde gaan verhuren, hij zou er zelf niet gaan wonen, er zouden expats in komen. Hij had al meer huizen in die straat gekocht om te verhuren en hij kende de buurt, dat vond ik een geruststelling. De verkoop ging snel en voorspoedig, maar tot aan de dag van sleuteloverdracht was ik bang dat het om wat voor reden dan ook niet door zou gaan, dat er toch nog iets tussen zou komen. Toen het eindelijk zover was en we terugkwamen van de notaris en het verkoopcontract getekend was, voelde ik me doodmoe maar ook enorm opgelucht. Er viel letterlijk een last van mijn schouders. Korte tijd later reden we met ons volgepropte busje de straat uit, op weg naar ons nieuwe huis, een boerderijtje op het platteland. Rust, ruimte en heel veel grond om alle dieren te houden die ik maar wilde. Het is nu drie jaar geleden en ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als nu. Soms zie ik tv programma’s waarbij geprobeerd wordt buren die ruzie hebben weer tot elkaar te krijgen. Dan bekruipt me altijd weer heel even dat opgejaagde, onveilige gevoel van toen, maar gelukkig ebt dat heel snel weer weg. Tegen de mensen die het overkomt zou ik willen zeggen: ‘Ga zo snel mogelijk verhuizen als je kunt, volgens mij is dat enige dat helpt.’ Want als je gaat wachten totdat de anderen gaan verhuizen is het misschien te laat. Want wie zegt dat je gezondheid dat voortdurende stressniveau volhoudt? Mijn zenuwen konden het in ieder geval niet aan. Ik ben nog elke dag blij dat ik daar weg ben.”

 

Boekentip

Mr. Frank Visser heeft er als rijdende televisierechter al heel wat behandeld. Burenruzies kunnen grote economische schade berokkenen en zijn, net als andere relatieconflicten, emotioneel zeer belastend. Je kunt nu eenmaal niet om je buren heen. Er gaat geen dag voorbij of je komt elkaar tegen. In het boek Onze buren komen de diverse typen burenruzie aan bod. Niet alleen geluidshinder, gedoe met bomen, het recht van overpad en wild parkeren, maar ook de extremiteiten, zoals de aso en de psychopaat.

Laura (34)
image lees
Reactie plaatsen

Deze zal niet gepubliceerd worden bij je reactie, maar kan worden gebruikt door de redactie om contact met je op te nemen

image

Bianca en Sven vieren de jaarwisseling al een jaar of tien samen met hun vrienden George en Sylvia. Dit jaar willen ze wat anders...

Bianca (37) LEES
detail
image

De vijfentwintigjarige dochter van Loes heeft regelmatig last van depressieve gevoelens. Therapie heeft niet gewerkt, maar nu denkt Melody een ‘oplossing’ te hebben gevonden voor haar probleem: ze wil een baby...

Loes (57) LEES
detail
image

Eelke maakt zich zorgen om haar beste vriendin. Ze is onlangs gescheiden en maakt een moeilijke tijd door, maar doet net alsof er niets aan de hand is.

Eelke (42) LEES
detail
image

Sofia schrikt als ze hoort dat haar vijfjarige zoontje Lars regelmatig door klasgenootjes wordt geschopt en geslagen. Moet ze Lars aanraden om maar eens flink terug te meppen?

Sofia (33) LEES
detail